Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 september 2022

Onder 9.7. Parket bij de Hoge Raad 13 september 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 september 2022, ECLI:NL:PHR:2022:820.

De eis dat een gerecht moet zijn ‘ingesteld bij de wet’ strekt ertoe te verzekeren dat de rechterlijke organisatie in een democratische samenleving onafhankelijk is ten opzichte van de uitvoerende macht. Niet de uitvoerende macht, maar de wetgever dient te beslissen over de instelling en de jurisdictie van een rechterlijke instantie. Zo moet voorkomen worden dat de uitvoerende macht willekeurig (voor een bepaalde gelegenheid) ad hoc gerechten kan instellen of opheffen. Art. 6 EVRM eist niet dat in de wet elk detail van de inrichting van de rechterlijke organisatie wordt geregeld. De wetgever dient wel ten minste het organisatorische kader vast te stellen voor de justitiële organisatie. De eis dat een gerecht moet zijn ingesteld bij de wet omvat ook de eis dat in een concrete zaak in overeenstemming met de nationale wettelijke regels wordt gehandeld. Het gaat dan met name over bepalingen betreffende de onafhankelijkheid van de leden van een gerecht, de duur van hun ambtstermijn en hun onpartijdigheid die, indien geschonden, de deelname van een of meer rechters aan de behandeling van een zaak ‘irregular’ maakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e158c0807e9e424e6848947420f643aa7ee6eace08053fae311963298e3ea0a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e158c0807e9e424e6848947420f643aa7ee6eace08053fae311963298e3ea0a, en de alinea staat in dat document op bytes 69429 tot 70839.