Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 september 2022

Onder 10.4. Parket bij de Hoge Raad 13 september 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 september 2022, ECLI:NL:PHR:2022:820.

Daarmee is echter niet alles gezegd. In een zaak naar aanleiding van prejudiciële vragen uit Malta over een doorslaggevende bevoegdheid van de minister-president bij de benoeming van rechters in Malta, was in het hoofdgeding geen beroep gedaan op een recht dat door een bepaling van Unierecht is verleend. Het HvJ EU liet zich niettemin uit over de vraag of sprake was van een ‘onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat bij wet is ingesteld’ . Daartoe overwoog het HvJ EU dat elke lidstaat krachtens art. 19 lid 1 VEU moet verzekeren dat de instanties die als ‘rechterlijke instanties’ in de zin van het Unierecht deel uitmaken van zijn stelsel van beroepsmogelijkheden op de onder het Unierecht vallende gebieden voldoen aan de vereisten van daadwerkelijke rechtsbescherming. Die instanties kunnen immers in die hoedanigheid uitspraak doen over de toepassing of de uitlegging van het Unierecht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e158c0807e9e424e6848947420f643aa7ee6eace08053fae311963298e3ea0a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e158c0807e9e424e6848947420f643aa7ee6eace08053fae311963298e3ea0a, en de alinea staat in dat document op bytes 79633 tot 80745.