Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 september 2022
Onder 11.53. Parket bij de Hoge Raad 13 september 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 september 2022, ECLI:NL:PHR:2022:820.
Na de voorgaande beschouwingen kan ik over deze situatie kort zijn. Ik heb in het voorgaande geconcludeerd dat dat de onvolkomenheid bij de beëdiging die bestaat uit het niet woordelijk volgen van de in de wet bedoelde eedformule in het licht van de hiervoor onder 11.45 genoemde omstandigheden niet de gevolgtrekking rechtvaardigt dat de betrokkene niet kan worden aangemerkt als een rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast als bedoeld in de artikelen 5 en 58 Wet RO. Die conclusie is ook van toepassing op degene die zitting heeft in de enkelvoudige kamer dan wel voorzitter is van de meervoudige kamer als bedoeld in art. 2h lid 1, onderdeel a of b, Brra en die de eed afneemt en het eedformulier ondertekent. Dat betekent dat in zoverre aan de procedurele voorschriften ten aanzien van de beëdiging van rechterlijke ambtenaren is voldaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e158c0807e9e424e6848947420f643aa7ee6eace08053fae311963298e3ea0a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e158c0807e9e424e6848947420f643aa7ee6eace08053fae311963298e3ea0a, en de alinea staat in dat document op bytes 137487 tot 138350.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4e158c0807e9e424e6848947420f643aa7ee6eace08053fae311963298e3ea0a | shasum -a 256