Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 september 2022

Onder 6.1. Parket bij de Hoge Raad 13 september 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 september 2022, ECLI:NL:PHR:2022:820.

Bij de bespreking van het wettelijk kader is al ingegaan op het juridisch kader ten aanzien van het gebruik van formulieren voor de beëdiging van rechterlijke ambtenaren respectievelijk gerechtsambtenaren. De eedformule als bedoeld in art. 5g lid 1 Wrra verschilt nauwelijks ten opzichte van de eedformule zoals die in 1910 in de wet werd opgenomen. Het enige noemenswaardige inhoudelijke verschil ten opzichte van de eedformule van 1910 is dat in de huidige versie een expliciete verwijzing naar de geheimhoudingsplicht is opgenomen. De eedformule heeft geruime tijd een plaats gekregen in de Wet RO. Met ingang van 1 januari 2002 is de tekst van de eedformule overgeheveld naar het krachtens de Wrra tot stand gekomen Brra. Met de op 1 juli 2010 in werking getreden wet is het bepaalde in art. 1g Wrra verplaatst naar art. 5g Wrra, terwijl de eedformule is opgenomen in een bijlage behorende bij de Wrra. Bij deze meest recente wijziging van de Wrra is uit de memorie van toelichting af te leiden dat geen inhoudelijke wijzigingen ten aanzien van de eedformule zijn beoogd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e158c0807e9e424e6848947420f643aa7ee6eace08053fae311963298e3ea0a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e158c0807e9e424e6848947420f643aa7ee6eace08053fae311963298e3ea0a, en de alinea staat in dat document op bytes 30126 tot 31535.