Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2022
Onder 2.4. Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2022, ECLI:NL:PHR:2022:839.
18. Gezien de bekennende verklaring van medeverdachte [getuige 1] kan voorzichtig worden geconcludeerd dat uit het dossier valt te halen dat [getuige 1] betrokken is geweest bij het schietincident. Dit betekent echter nog niet dat cliënt enige betrokkenheid moet hebben gehad. Medeverdachte [getuige 1] verklaart niet zelf over cliënt. Het is pas nadat hem informatie is gegeven over een ene persoon die [bijnaam] wordt genoemd door de politie zegt hij dat deze op hem zou hebben geschoten. Wie is deze persoon die de politie [bijnaam] noemt? Over wie spraken de verbalisanten in bijzijn van medeverdachte [getuige 1] ? Overigens heeft [getuige 1] nimmer te kennen gegeven dat de persoon op de foto in de [A] bar die hij die avond van 5 augustus 2018 voor het eerst heeft ontmoet de schutter is geweest van het schietincident op 18 november 2018. Voorts geeft [getuige 1] ook aan dat hij niet weet wanneer hij cliënt na 5 augustus 2018 nog heeft gezien en of hij hem überhaupt nog na 5 augustus 2018 heeft gezien. Merkwaardig als je zeker weet dat hij op 18 november 2018 de schutter is geweest.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/486a15d43bd1bae3aedef584aaf0269f4bad19accef02017238ddef13bc900fe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 486a15d43bd1bae3aedef584aaf0269f4bad19accef02017238ddef13bc900fe, en de alinea staat in dat document op bytes 12845 tot 13957.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/486a15d43bd1bae3aedef584aaf0269f4bad19accef02017238ddef13bc900fe | shasum -a 256