Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2022

Onder 2.5. Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2022, ECLI:NL:PHR:2022:839.

13. Gezien het bovenvermelde stelt de verdediging zich op het standpunt dat aan de vermeende herkenning door [verbalisant 1] en [verbalisant 3] geen waarde dient te worden gehecht. De herkenningen missen voldoende overtuiging. [verbalisant 3] geeft helemaal niet aan waarom hij cliënt zou hebben herkend en [verbalisant 1] geeft een zeer algemene beschrijving een maand later niet eens bij het bekijken van de beelden op 3 december 2018. De herkenningen voldoen niet aan de vereisten die de jurisprudentie daaraan stelt. De herkenningen zijn onvoldoende objectief en betrouwbaar. Zo worden er geen specifieke onderscheidende lichaamskenmerken genoemd op basis waarvan verdachte wordt herkend. Kapsel en atletische bouw is onvoldoende en te algemeen. Overigens zoals reeds in eerder stadium door de verdediging ingebracht waren en meerdere personen met hetzelfde kapsel aanwezig in de club die bewuste avond. Gezien de beelden kan hooguit worden geconcludeerd dat de persoon op de camerabeelden kenmerken bezit die zouden kunnen overeenkomen met cliënt en de vele andere jonge mannen op Sint-Maarten. Dit is echter niet betrouwbaar genoeg om daadwerkelijk vast te kunnen stellen dat het cliënt is die op de beelden is te zien. De beelden zijn van te ver gefilmd om betrouwbare uitspraken over de identiteit te kunnen doen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/486a15d43bd1bae3aedef584aaf0269f4bad19accef02017238ddef13bc900fe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 486a15d43bd1bae3aedef584aaf0269f4bad19accef02017238ddef13bc900fe, en de alinea staat in dat document op bytes 24735 tot 26073.