Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 september 2022

Onder 2.2 Parket bij de Hoge Raad 23 september 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 september 2022, ECLI:NL:PHR:2022:842.

Bij de deze procedure inleidende dagvaarding van 10 april 2017 heeft Antea CHL gedagvaard voor de rechtbank Den Haag en gevorderd, voor zover in cassatie van belang, CHL te veroordelen tot betaling aan haar van een bedrag van € 116.455,44. Aan deze vordering heeft Antea ten grondslag gelegd, voor zover in cassatie van belang, dat zij op grond van de kostenbepaling in de intentieovereenkomst (zie hiervoor in 2.1 onder (iv), onder ‘Kosten’) recht heeft op vergoeding van de door haar gemaakte onderzoekskosten tot een bedrag van € 100.000,-. Op basis van de uitkomsten van het due diligence onderzoek heeft zij namelijk besloten om de transactie niet te laten doorgaan tegen de in de intentieverklaring opgenomen voorwaarden, omdat de in de intentieovereenkomst opgenomen veronderstellingen materieel onjuist bleken te zijn en er nieuwe risico’s uit het due diligence onderzoek zijn gebleken die materieel effect hadden op de bedrijfsvoering van CHL. De kostenbepaling houdt in dat CHL in dat geval de onderzoekskosten tot een bedrag van € 100.000,- verschuldigd is. Hiernaast meent Antea aanspraak te kunnen maken op de BTW die zij verschuldigd is geweest over de door haar gemaakte kosten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/644d1fbdf6e8feb0e475aebe0203b8d3b58d35a30ead8667cc49d6d276fdc9b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 644d1fbdf6e8feb0e475aebe0203b8d3b58d35a30ead8667cc49d6d276fdc9b9, en de alinea staat in dat document op bytes 27394 tot 28676.