Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 september 2022

Onder 3.11 Parket bij de Hoge Raad 23 september 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 september 2022, ECLI:NL:PHR:2022:842.

Subonderdeel 3.1 voert aan dat het oordeel van het hof dat CHL in het bewijs is geslaagd, onjuist is, omdat het hof miskent dat bij de beoordeling of sprake is van afstand van recht in de zin van art. 6:160 BW niet de wilsvertrouwensleer als maatstaf geldt, maar een stengere maatstaf, die noopt tot terughoudendheid bij het aannemen van afstand van recht. Het subonderdeel betoogt dat bij een stilzwijgende afstand van recht – waarvan volgens het subonderdeel in deze zaak sprake is (“ in casu [is] in ieder geval geen sprake van een expliciete afstand van recht ”) – geldt, kort samengevat, dat uit de verklaringen en gedragingen van de rechthebbende ondubbelzinnig moet blijken dat afstand van recht wordt gedaan, althans dat terughoudendheid op zijn plaats is bij het uit verklaringen en gedragingen afleiden dat sprake is van een impliciete aanvaarding van een aanbod tot afstand van recht, althans dat aan het vertrouwen van de wederpartij op een schijn van afstand hogere eisen gesteld moeten worden. Het hof heeft deze strengere maatstaven volgens het subonderdeel miskend. Voor het geval het oordeel van het hof zou berusten op deze maatstaven, klaagt subonderdeel 3.2 dat het oordeel van het hof onbegrijpelijk is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/644d1fbdf6e8feb0e475aebe0203b8d3b58d35a30ead8667cc49d6d276fdc9b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 644d1fbdf6e8feb0e475aebe0203b8d3b58d35a30ead8667cc49d6d276fdc9b9, en de alinea staat in dat document op bytes 64539 tot 65903.