Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 september 2022
Onder 3.15 Parket bij de Hoge Raad 23 september 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 september 2022, ECLI:NL:PHR:2022:842.
Uitgaande van de vaststelling van het hof in rov. 20 en 21 van zijn tussenarrest dat Antea aanspraak kon maken op een kostenvergoeding ten tijde van de bespreking van 15 juli 2016 als het niet tot een transactie zou komen – van welk oordeel het hof in zijn eindarrest niet is teruggekomen –, komt zijn oordeel dat partijen op die dag de afspraak hebben gemaakt hun eigen kosten te dragen, inderdaad neer op een afstand van een vorderingsrecht als bedoeld in art. 6:160 BW. Het betoog van CHL in haar schriftelijke toelichting onder 2.1.5 en 2.1.6 dat op 15 juli 2016 niet duidelijk was wie van partijen eventueel aanspraak op vergoeding van kosten kon maken, welke onduidelijkheid is beëindigd met de toen volgens CHL gemaakte afspraak over de kosten, en dat daarom geen sprake was van afstand van recht als bedoeld in art. 6:160 BW, is daarom naar ik meen niet juist.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/644d1fbdf6e8feb0e475aebe0203b8d3b58d35a30ead8667cc49d6d276fdc9b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 644d1fbdf6e8feb0e475aebe0203b8d3b58d35a30ead8667cc49d6d276fdc9b9, en de alinea staat in dat document op bytes 70608 tot 71494.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/644d1fbdf6e8feb0e475aebe0203b8d3b58d35a30ead8667cc49d6d276fdc9b9 | shasum -a 256