Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 september 2022
Onder 4.19 Parket bij de Hoge Raad 30 september 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 september 2022, ECLI:NL:PHR:2022:871.
Subonderdeel 2.5 is voorgesteld voor het geval het hof bedoelt dat het inroepen van de schorsing van het geding door [eiser] in strijd kwam met de regels van een goede procesorde en de schorsing daarom moet worden afgewezen. Het subonderdeel stelt dat dit oordeel blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting, althans niet zonder meer begrijpelijk is. Volgens het subonderdeel kan de goede procesorde niet meebrengen dat, hoewel aan de wettelijke vereisten voor schorsing is voldaan, schorsing toch wordt afgewezen, is althans (zonder nadere motivering die ontbreekt) niet in te zien hoe van strijd met de goede procesorde sprake zou kunnen zijn, enkel omdat de partij die de schorsing inroept naar het oordeel van de rechter, kort gezegd, onvoldoende duidelijkheid heeft geboden omtrent andere onderwerpen dan of is voldaan aan de voorwaarden voor schorsing, zoals hier onder welke voorwaarden de verkoop van het perceel heeft plaatsgevonden en of de stichting bereid is het geding, kort gezegd, op eigen naam voort te zetten. Het subonderdeel stelt verder dat voor zover het voorgaande uitzondering lijdt indien de partij die schorsing inroept bewust een schorsingsgrond ‘creëert’, door (uitsluitend) met het oog op een door hem gewenste schorsing te bewerkstelligen aan de voorwaarden voor schorsing wordt voldaan, geldt dat (enkel) uit wat het hof in rov. 5.3 overweegt niet kan volgen dat een dergelijke situatie zich hier heeft voorgedaan. Bovendien gaat het hof dan volgens het onderdeel ten onrechte zonder motivering voorbij aan de dan essentiële stelling van [eiser] dat de overdracht van, kort gezegd, het perceel gelijktijdig plaatsvond met een meeromvattend deel van [eiser] ’s vastgoedportefeuille aan de stichting. Volgens het subonderdeel toont dit aan dat niet enkel het desbetreffende pand is overgedragen teneinde een schorsingsgrond te creëren. Het subonderdeel stelt ten slotte dat ook als de goede procesorde een schorsing van het geding vanwege een wettelijke schorsingsgrond wél ook onder andere omstandigheden dan het bewust ‘creëren’ van een schorsingsgrond kan verhinderen, de afwijzing van de schorsing onvoldoende is gemotiveerd. Volgens het subonderdeel, onder verwijzing naar de subonderdelen 2.3 en 2.4, vergt art. 225 Rv niet dat de partij die de schorsing inroept zich (dan al) uitlaat over, kort gezegd, de door het hof genoemde punten. Volgens het subonderdeel beoogt art. 225 Rv partijen juist een termijn te bieden voor onderzoek en beraad over de wijze waarop het geding zal worden voortgezet en heeft [verweerder] niet gesteld dat hij belang heeft bij onverwijlde voortzetting en/of bij een spoedige verkrijging van een titel. In het licht van deze omstandigheden vergt volgens het subonderdeel nadere motivering waarom het in dit geval (toch) in strijd zou zijn met een goede procesorde dat [eiser] niet (al in zijn tot schorsing strekkende akte) de door het hof verlangde duidelijkheid heeft verschaft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45925d2119bdb9c4bdcc3a863d27cab054df467cd08ffc30dc95fe3707aa908a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45925d2119bdb9c4bdcc3a863d27cab054df467cd08ffc30dc95fe3707aa908a, en de alinea staat in dat document op bytes 84661 tot 87835.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/45925d2119bdb9c4bdcc3a863d27cab054df467cd08ffc30dc95fe3707aa908a | shasum -a 256