Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 september 2022

Onder 4.25 Parket bij de Hoge Raad 30 september 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 september 2022, ECLI:NL:PHR:2022:871.

Ik merk verder op dat het subonderdeel in het midden laat wanneer het bedrag van € 25.000,-- aan [verweerder] zou zijn aangeboden en wanneer [verweerder] het tegenbod van € 70.000,-- zou hebben gedaan. Het is in de onderhavige zaak niet aan de rechter om de hoogte van schadeloosstelling van [verweerder] ter zake van de onrechtmatige inbreuk op zijn eigendomsrecht vast te stellen. Aan [eiser] komt immers geen beroep op art. 5:54 BW toe (zie ook de bespreking van onderdeel 4 hierna). Op grond van art. 5:54 BW is het uitgangspunt, in verband met art. 1 Eerste Protocol bij het EVRM, volledige schadeloosstelling en gelden bij het vaststellen van de hoogte van de schadeloosstelling ook art. 6:95 e.v. BW. Deze uitgangspunten voor het vaststellen van de hoogte van een schadeloosstelling gelden in schikkingsonderhandelingen tussen partijen niet (zonder meer). Het komt niet onlogisch of onredelijk voor dat [verweerder] in schikkingsonderhandelingen bij de hoogte van het bedrag dat voor hem aanvaardbaar is om zijn vordering tot amotie te laten varen, niet alleen rekening zal houden met de grondprijs en verminderde gebruiksmogelijkheden van zijn gang, maar ook met onder meer de omstandigheid dat [eiser] door de amotie, zoals het hof het uitdrukt, “naar verwachting een flinke financiële veer zal moeten laten, enerzijds door de kosten van de gedeeltelijke afbraak van het appartementencomplex anderzijds door mogelijke derving van huurinkomsten tijdens en door deze afbraak.” In dat licht bezien (en ook mede tegen de achtergrond van een dwangsom van maximaal € 100.000,-- bij niet-nakomen van de veroordeling tot amotie) is het kennelijk door [verweerder] verlangde bedrag van € 70.000,-- m.i. niet zonder meer disproportioneel. [verweerder] hoeft de inbreuk op zijn eigendomsrecht in beginsel niet te dulden en aan [eiser] komt als gezegd geen beroep toe op legalisering van de overbouw tegen schadeloosstelling van [verweerder] als bedoeld in art. 5:54 BW. De hoogte van de compensatie die [eiser] aan [verweerder] heeft aangeboden was kennelijk gebaseerd op de grondprijs per vierkante meter en de disproportionaliteit van het door [verweerder] verlangde bedrag relateert [eiser] ook aan de grondprijs per vierkante meter. Dat is weliswaar een relevante omstandigheid in het kader van schadeloosstelling als bedoeld in art. 5:54 BW. Dat een dergelijke compensatie door [verweerder] niet is geaccepteerd om af te zien van zijn vordering tot amotie, maakt echter niet dat hij misbruik maakt van zijn bevoegdheid om amotie te vorderen. Dat in het onderhavige geval het belang van [verweerder] bij amotie minder groot is dan het (financiële) belang van [eiser] bij handhaven van de huidige situatie onderkent het hof ook door te spreken van een “niet te verwaarlozen belang” van [verweerder] tegenover een “flinke financiële veer” die [eiser] naar verwachting zal moeten laten in geval van amotie. Daarmee is echter nog niet zonder meer gegeven dat sprake is van misbruik van bevoegdheid op grond van het onevenredigheidscriterium, zoals ook blijkt uit het vervolg van rov. 5.6.2 waarin het hof tot het oordeel komt dat het belang van [verweerder] niettemin dient te prevaleren. Het hof rekent [eiser] daar aan dat hij ondanks de waarschuwing(en) van [verweerder] is doorgegaan met bouwen en dat hij in die zin geen ‘schone handen’ heeft:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45925d2119bdb9c4bdcc3a863d27cab054df467cd08ffc30dc95fe3707aa908a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45925d2119bdb9c4bdcc3a863d27cab054df467cd08ffc30dc95fe3707aa908a, en de alinea staat in dat document op bytes 104537 tot 108355.