Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 september 2022

Onder 4.25 Parket bij de Hoge Raad 30 september 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 september 2022, ECLI:NL:PHR:2022:871.

Weliswaar lijkt het niet hebben van ‘schone handen’ (anders gezegd: kwade trouw of grove schuld als bedoeld in art. 5:54 lid 3 BW, waarover de bespreking van onderdeel 4 hierna) volgens de rechtspraak van de Hoge Raad niet zonder meer in de weg te staan aan het kunnen doen van een geslaagd beroep op art. 3:13 BW. Deze omstandigheid drukt echter kennelijk en begrijpelijkerwijs wel een zware stempel op de belangenafweging van het hof. Ik zie dan ook niet in dat het aanbod dat [eiser] kennelijk tijdens de kort geding procedure heeft gedaan en de bereidheid tot schadeloosstelling de belangenafweging anders hadden moeten doen uitvallen. Het hof heeft de relevantie daarvan dus ook niet miskend en zijn oordeel is op dit punt niet ontoereikend gemotiveerd. Hierop stuit het subonderdeel af.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45925d2119bdb9c4bdcc3a863d27cab054df467cd08ffc30dc95fe3707aa908a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45925d2119bdb9c4bdcc3a863d27cab054df467cd08ffc30dc95fe3707aa908a, en de alinea staat in dat document op bytes 108858 tot 109745.