Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 september 2022

Onder 1 Parket bij de Hoge Raad 30 september 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 september 2022, ECLI:NL:PHR:2022:871.

Deze zaak gaat over een overbouw van een appartementencomplex in de smalle gang van de buurman. Kort nadat de bouw van het appartementencomplex een aanvang had genomen, heeft de buurman gewaarschuwd dat sprake was van overbouw in zijn gang. Nadat geen gehoor werd gegeven aan die waarschuwing, heeft de buurman in kort geding (onder meer) een bouwstop en afbraak (amotie) van de overbouw gevorderd. De voorzieningenrechter heeft de bouwstop gedeeltelijk toegewezen en de vordering tot amotie is eveneens toegewezen. In hoger beroep is de bouwstop afgewezen, omdat de bouw van het appartementencomplex inmiddels was voltooid. Toewijzing van de vordering tot amotie werd door het hof in kort geding een te vergaande voorziening geacht. De buurman is vervolgens onderhavige bodemprocedure tegen de eigenaar van het appartementencomplex gestart. De rechtbank heeft de ‘overbouwer’ veroordeeld om binnen acht maanden na betekening van het vonnis de onrechtmatige inbreuk op het eigendomsrecht van de buurman ongedaan te maken. De rechtbank heeft een stevige prikkel tot nakoming op zijn plaats geacht en een veroordeling tot betaling van een dwangsom van maximaal € 100.000,-- uitgesproken, voor zover de veroordeling tot amotie niet wordt nagekomen. Dat vonnis is in hoger beroep bekrachtigd. Op de laatste dag waarop de veroordeling tot amotie zonder verschuldigdheid van een dwangsom nog mogelijk was, is het appartementencomplex verkocht en geleverd aan een stichting. Het hof heeft schorsing van het geding op de voet van art. 225 lid 1, onder c, Rv in verband met deze overdracht onder bijzondere titel afgewezen. Het geding wordt dus voortgezet tussen de oorspronkelijke procespartijen. Het hof heeft verder onder meer geoordeeld dat de oppervlakte van de overbouw 6,4 m2 bedraagt (in een gang van ruim 22 m2), dat de buurman in de gegeven omstandigheden geen misbruik in de zin van art. 3:13 BW maakt van zijn bevoegdheid amotie te eisen, dat aan de ‘overbouwer’, gelet op de weging van het belang van de buurman bij amotie en het belang van de ‘overbouwer’ bij handhaving van de huidige situatie, geen beroep toekomt op legalisatie van de overbouw in de zin van art. 5:54 BW en dat de ‘overbouwer’ bovendien (in ieder geval) grove schuld ter zake van de bouw van het appartementencomplex als bedoeld in lid 3 van die bepaling kan worden verweten. In cassatie worden al deze oordelen van het hof bestreden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45925d2119bdb9c4bdcc3a863d27cab054df467cd08ffc30dc95fe3707aa908a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45925d2119bdb9c4bdcc3a863d27cab054df467cd08ffc30dc95fe3707aa908a, en de alinea staat in dat document op bytes 5173 tot 7652.