Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 september 2022
Onder 4.38 Parket bij de Hoge Raad 30 september 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 september 2022, ECLI:NL:PHR:2022:871.
Subonderdeel 4.3 is gericht tegen het slot van rov. 5.7.3, waarin het hof oordeelt dat toepassing van art. 5:54 lid 1 BW is uitgesloten, omdat [eiser] na de waarschuwing van [verweerder] , niet óf is gestopt met de bouw in afwachting van verdere duidelijkheid, óf dadelijk het fundament heeft aangepast aan de juiste eigendomsverhoudingen. Het subonderdeel stelt dat het hof met dit oordeel blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, omdat de vraag of art. 5:54 lid 1 BW kan worden toegepast moet worden beoordeeld naar het moment waarop de overbouw plaatsvindt. Volgens het subonderdeel was dat hier het moment waarop de fundering (de betonvloer) deels werd aangebracht op het perceel van [verweerder] . Het subonderdeel stelt dat toepassing van art. 5:54 lid 1 BW niet alsnog is uitgesloten als de eigenaar op wiens erf is gebouwd na die initiële overbouw daarop wijst en de eigenaar van het gebouw pas daardoor, of als gevolg van een nog weer later tussen partijen gevoerd kort geding, niet langer zou kunnen gelden als te goeder trouw. Dit wordt volgens het subonderdeel niet anders als het deel van het gebouw waarmee de overbouw te goeder trouw, althans zonder grove schuld, heeft plaatsgevonden, later (verticaal) in omvang toeneemt doordat op dit deel verder wordt gebouwd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45925d2119bdb9c4bdcc3a863d27cab054df467cd08ffc30dc95fe3707aa908a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45925d2119bdb9c4bdcc3a863d27cab054df467cd08ffc30dc95fe3707aa908a, en de alinea staat in dat document op bytes 145773 tot 147193.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/45925d2119bdb9c4bdcc3a863d27cab054df467cd08ffc30dc95fe3707aa908a | shasum -a 256