Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 september 2022
Onder 4.41 Parket bij de Hoge Raad 30 september 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 september 2022, ECLI:NL:PHR:2022:871.
De eerste door het subonderdeel aangevoerde reden mist feitelijke grondslag. Wat het hof in rov. 5.7.3 overweegt over het moment waarop [verweerder] [eiser] heeft gewaarschuwd dat hij ‘overbouwde’, strookt met de door het hof in rov. 4.7 vastgestelde feiten (zie ook onder 2.7 hiervoor) en de stellingen van partijen. Het hof overweegt aldaar, voor zover hier van belang, dat [eiser] medio juli 2016 is begonnen met de bouw van het appartementencomplex door het storten van een fundering voor dat gebouw en dat [verweerder] [eiser] vlak nadat [eiser] was begonnen met het leggen van het fundament voor de bouw van het appartementencomplex, bij brief van 22 juli 2016, heeft gewaarschuwd voor de ‘overbouw’ op/in de gang van [verweerder] . In rov. 4.7 van het arrest verwijst het hof naar die brief van 22 juli 2016. Naast de stellingen van [eiser] waar het subonderdeel naar verwijst, noem ik nog de memorie van antwoord van [verweerder] , onder 44:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45925d2119bdb9c4bdcc3a863d27cab054df467cd08ffc30dc95fe3707aa908a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45925d2119bdb9c4bdcc3a863d27cab054df467cd08ffc30dc95fe3707aa908a, en de alinea staat in dat document op bytes 151493 tot 152540.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/45925d2119bdb9c4bdcc3a863d27cab054df467cd08ffc30dc95fe3707aa908a | shasum -a 256