Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 september 2022

Onder 3.13 Parket bij de Hoge Raad 30 september 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 september 2022, ECLI:NL:PHR:2022:871.

“5.6.2 De grief faalt in alle onderdelen. Uitgangspunt voor de toetsing van het handelen van [verweerder] vormt artikel 3:13 lid 1 BW dat bepaalt dat degene aan wie een bevoegdheid toekomt haar niet kan inroepen, voor zover hij haar misbruikt. Een bevoegdheid kan volgens artikel 3:13 lid 2 BW onder meer worden misbruikt door haar uit te oefenen met geen ander doel dan een ander te schaden of met een ander doel dan waarvoor zij is verleend of in geval men, in aanmerking nemende de onevenredigheid tussen het belang bij de uitoefening en het belang dat daardoor wordt geschaad, naar redelijkheid niet tot die uitoefening had kunnen komen. De niet al te brede gang waarvan hier sprake is heeft een oppervlakte van ruim 22m2, en vormt – ook voorheen toen sprake was van een erfdienstbaarheid – de toegang tot een aantal winkelpanden aan de achterzijde. Door de overbouwing met ruim 6 m2 is het gebruik van de reeds niet al te brede gang dus aanzienlijk beperkt in vergelijking met de situatie daarvoor. Daarmee is het niet te verwaarlozen belang van [verweerder] gegeven. Daar staat tegenover dat [eiser] naar verwachting een flinke financiële veer zal moeten laten, enerzijds door de kosten van de gedeeltelijke afbraak van het appartementencomplex anderzijds door mogelijke derving van huurinkomsten tijdens en door deze afbraak. Niettemin, zo oordeelt het hof, dient het belang van [verweerder] als eigenaar van het gedeeltelijk door [eiser] bebouwde perceel, daarbij te prevaleren. Daarbij neemt het hof tevens in aanmerking dat [eiser] ondanks de – tijdige – waarschuwing(en) van [verweerder] gewoon door is gegaan met de bouw van het appartementencomplex, zonder zich ook maar enigszins te verlaten op deskundige derden (zoals bijvoorbeeld het kadaster), om (bijvoorbeeld) die waarschuwingen van [verweerder] nader op juistheid te (laten) onderzoeken. Bovendien heeft [eiser] in dat opzicht ook in strijd gehandeld met de hem van gemeentewege verleende vergunning. Door verder gewoon door te gaan met bouwen, ondanks de bezwaren van [verweerder] en in weerwil van een aangekondigd kort geding, is de door [eiser] gestelde aanzienlijke financiële schade en daarmee de benadeling in zijn belang niet aan [verweerder] maar in belangrijke mate, zoal niet geheel aan [eiser] zelf te wijten.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45925d2119bdb9c4bdcc3a863d27cab054df467cd08ffc30dc95fe3707aa908a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45925d2119bdb9c4bdcc3a863d27cab054df467cd08ffc30dc95fe3707aa908a, en de alinea staat in dat document op bytes 25769 tot 28089.