Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 september 2022
Onder 3.13 Parket bij de Hoge Raad 30 september 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 september 2022, ECLI:NL:PHR:2022:871.
“5.7.3 In het kader van de afweging van belangen met het oog op het door [eiser] gestelde misbruik van recht heeft het hof hiervoor onder 5.6.2 al een oordeel gegeven over het belang van [eiser] ten opzichte van dat van [verweerder] en in die zin weegt het belang van [verweerder] zwaarder, maar ook indien het financiële belang van [eiser] anders zou worden gewogen geldt het volgende. [eiser] is – volgens zijn eigen stellingen – medio juli 2016 begonnen met de bouw van het appartementencomplex door het storten van een fundering voor dat gebouw. Bij brief van 22 juli 2016, dus vlak nadat [eiser] was begonnen met het leggen van het fundament voor de bouw van het appartementencomplex, heeft [verweerder] [eiser] gewaarschuwd dat hij gedeeltelijk op/in de gang van [verweerder] bouwde. [eiser] heeft deze opmerkingen van [verweerder] naast zich neer gelegd (“volkomen onzin”) en is kennelijk blijven uitgaan van de juistheid van de visie dat er op eigen perceel werd gebouwd. Ook de nadere brieven van [verweerder] en het starten van een kortgeding procedure heeft [eiser] niet doen besluiten om (voorlopig) te stoppen met bouwen. [eiser] wist door de mededeling van [verweerder] , althans kon weten, dat hij op het perceel van [verweerder] bouwde. Door deze waarschuwingen naast zich neer te leggen en zonder verder nader onderzoek te laten doen naar – de achteraf gebleken juiste – stelling van [verweerder] kan [eiser] (in ieder geval) persoonlijk grove schuld worden verweten en komt hem daarom geen beroep op artikel 5:54 BW toe. Zo al moet worden aangenomen dat het storten van de fundering reeds volledig zijn beslag had gekregen op het moment dat [verweerder] aan de bel trok en [eiser] daarbij te goeder trouw was, dan kan het natuurlijk niet zo zijn dat [eiser] de verdere afbouw van het appartementencomplex, zelfs in weerwil van een vonnis in kort geding, nog onder de noemer ‘te goeder trouw’ kan brengen en de uit eigen handelen nadien voorkomende schade als belang kan laten gelden dat moet worden meegewogen in het kader van artikel 5:54 BW. Kortom, óf [eiser] had moeten stoppen met de bouw in afwachting van verdere duidelijkheid óf had er zelfs voor kunnen kiezen dadelijk het fundament aan te passen aan de juiste eigendomsverhoudingen. Door dat niet te doen is toepassing van artikel 5:54 lid 1 BW uitgesloten. De grief faalt.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45925d2119bdb9c4bdcc3a863d27cab054df467cd08ffc30dc95fe3707aa908a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45925d2119bdb9c4bdcc3a863d27cab054df467cd08ffc30dc95fe3707aa908a, en de alinea staat in dat document op bytes 28461 tot 30849.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/45925d2119bdb9c4bdcc3a863d27cab054df467cd08ffc30dc95fe3707aa908a | shasum -a 256