Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 september 2022

Onder 4.13 Parket bij de Hoge Raad 30 september 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 september 2022, ECLI:NL:PHR:2022:871.

Het hof neemt hierbij ook het stadium waarin het geding zich bevond op het moment dat het beroep op schorsing door [eiser] werd gedaan in aanmerking (“– en dat is voor de voortgang van dit geding waarin de memorie van antwoord al is genomen niet onbelangrijk –”). Het geding was op het moment dat [eiser] de akte tot schorsing indiende dus al ‘uitgeconcludeerd’ (zie ook onder 3.9-3.10 hiervoor). [verweerder] had op 12 januari 2021 zijn memorie van antwoord genomen, waarna de zaak na twee weken, op 26 januari 2021, weer op de rol kwam. Afgezien van de aktewisselingen over schorsing hebben partijen nadien geen proceshandelingen meer verricht waarbij de processuele houding moet worden overwogen. Een mondelinge behandeling van de zaak heeft niet plaatsgevonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45925d2119bdb9c4bdcc3a863d27cab054df467cd08ffc30dc95fe3707aa908a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45925d2119bdb9c4bdcc3a863d27cab054df467cd08ffc30dc95fe3707aa908a, en de alinea staat in dat document op bytes 64212 tot 65194.