Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 september 2022

Onder 4.15 Parket bij de Hoge Raad 30 september 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 september 2022, ECLI:NL:PHR:2022:871.

In het onderhavige geval hebben partijen op 26 januari 2021, het moment dat [eiser] de akte tot schorsing heeft ingediend, weliswaar nog geen stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof ook nog niet arrest bepaald (zie ook onder 3.10 en 3.12 hiervoor, ontleend aan rov. 2.1 en 2.2). Het geding was echter als gezegd al wel ‘uitgeconcludeerd’ waarmee het geding zich onder het oude burgerlijk procesrecht wat betreft een facultatieve schorsingsgrond als hier aan de orde reeds in staat van wijzen bevond en het geding dus niet meer zou kunnen worden geschorst. Het gewone partijdebat was ook voor het overige na de memorie van antwoord afgesloten, een mondelinge behandeling heeft in deze zaak immers niet meer plaatsgevonden. Aan de ratio waarop het subonderdeel het oog heeft, de met art. 225 Rv beoogde termijn voor onderzoek of beraad, wordt gelet op het stadium waarin het geding zich reeds bevond en de strekking van art. 225 lid 4 Rv, dus geen althans zeer beperkt afbreuk gedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45925d2119bdb9c4bdcc3a863d27cab054df467cd08ffc30dc95fe3707aa908a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45925d2119bdb9c4bdcc3a863d27cab054df467cd08ffc30dc95fe3707aa908a, en de alinea staat in dat document op bytes 69320 tot 70418.