Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 september 2022

Onder 1 Parket bij de Hoge Raad 30 september 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 september 2022, ECLI:NL:PHR:2022:963.

14.21. De aanvullende informatie die aldus – bij toewijzing van één van de verzoeken – via civielrechtelijke verrichtingen op korte of middellange termijn aan bedoelde twee Advocaten ter kennis komt laat zich immers niet lopende de strafzaak afzonderen of beperken (‘wel voor de niet langer verdachte cliënten (zie TB 2 onderdeel 7.1., te weten [een (mede)bestuurder en een dochtervennootschap van de vermogensbeheerder]), niet voor de nog wel steeds verdachte cliënten’). Het bevelen van geheimhouding, geheel of gedeeltelijk, op de voet van artikel 28 Rv lijkt in dit kader niet uitvoerbaar (vergelijk onderdeel 3.9.2. van HR2021). Dat met het verkrijgen van de informatie als via de onderhavige zaak gewenst ook andere – zelfs primair – doeleinden worden nagestreefd, dan wel dat er ook andere advocaten bij betrokken zijn, laat onverlet dat aldus informatie beschikbaar komt die in de strafzaak niet of nog niet kan worden verkregen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/577208a46e82a804018af2750d2d44ea57b31cc37d396ecdf8dbe7e46bd893fc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 577208a46e82a804018af2750d2d44ea57b31cc37d396ecdf8dbe7e46bd893fc, en de alinea staat in dat document op bytes 55328 tot 56294.