Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 november 2023

Onder 2.8 Parket bij de Hoge Raad 24 november 2023

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 november 2023, ECLI:NL:PHR:2023:1069.

Het Hof, rov. 4.10, oordeelt dat indien een incourante onroerende zaak bij een ander dan de eigenaar in gebruik is, de waarde dient te worden bepaald overeenkomstig hetgeen voor de eigenaar geldt. Het Hof verwijst in vergelijkende zin naar de arresten die in het fiscaal spraakgebruik ook wel als het Veendam-arrest en het Ahoy-arrest worden aangehaald. In de door belanghebbende overgelegde DCF-berekeningen heeft belanghebbende zich mede gebaseerd op de kasstromen van de gebruiker, terwijl die kasstromen belanghebbende als eigenaar juridisch gezien niet aangaan. Dat de opbrengsten van de gebruiker in dit geval uiteindelijk de belangen van de eigenaar (belanghebbende) raken, gelet op de aandeelhoudersrelatie tussen hen, maakt dat niet anders. Nu een waardebepaling gebaseerd op enkel de kasstromen van belanghebbende niet is opgemaakt, heeft belanghebbende niet aan de bewijslast voldaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4edfa5f942221af25874a44ec7ad7586ab3918d8e48be7bee729f00296f4e73. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4edfa5f942221af25874a44ec7ad7586ab3918d8e48be7bee729f00296f4e73, en de alinea staat in dat document op bytes 15500 tot 16536.