Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 december 2023
Onder 6.16 Parket bij de Hoge Raad 22 december 2023
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 december 2023, ECLI:NL:PHR:2023:1221.
De toekenning van een billijke genoegdoening op grond van art. 41 EVRM berust op een discretionaire bevoegdheid van het EVRM. De klager heeft geen subjectief recht op een dergelijke genoegdoening. Uitgangspunten die ten grondslag liggen aan de regeling zijn het meergenoemde restitutio in integrum -beginsel en subsidiariteitsbeginsel. Restitutio in integrum betekent dat de situatie van de verzoeker zoveel mogelijk moet worden gebracht naar de situatie waarin de verzoeker zou hebben verkeerd zonder de verdragsschending (bijv. 6.9). Het subsidiariteitsbeginsel blijkt uit de formulering van art. 41 EVRM: alleen in de gevallen waarin het nationale recht slechts gedeeltelijk rechtsherstel toelaat komt een billijke genoegdoening door het EHRM in beeld. Deze subsidiariteit is bijvoorbeeld ook terug te zien in het hiervoor aangehaalde oordeel van het EHRM in het Scordino -arrest (6.13).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d365cf27cde1a8bb62c36140eccc6df6382a75df8781a4a49f2af17f0fc31c4f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d365cf27cde1a8bb62c36140eccc6df6382a75df8781a4a49f2af17f0fc31c4f, en de alinea staat in dat document op bytes 106114 tot 107249.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d365cf27cde1a8bb62c36140eccc6df6382a75df8781a4a49f2af17f0fc31c4f | shasum -a 256