Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 december 2023
Onder 6.18 Parket bij de Hoge Raad 22 december 2023
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 december 2023, ECLI:NL:PHR:2023:1221.
In de literatuur is gesignaleerd dat het EHRM niet strak aan het subsidiariteitsbeginsel vasthoudt en zijn bevoegdheid (zeer) ruim heeft uitgelegd. Zo heeft het EHRM in De Wilde, Ooms and Versyp geoordeeld dat niet alle nationale rechtsmiddelen (zoals het starten van een civiele aansprakelijkheidszaak) hoeven te worden uitgeput om voor toepassing van de voorganger van art. 41 EVRM in aanmerking te komen. Hieraan lijkt (mede) ten grondslag te liggen dat het niet van een klager kan worden verlangd dat hij wacht tot wat er uit een lange, tijdrovende nationale procedure volgt. Ook de Nederlandse EHRM-zaak Ramsahai e.a. wordt in dit kader genoemd in de literatuur. Tegelijkertijd zijn er ook gevallen waarin het EHRM wel een pas op de plaats maakt voor de nationale rechter, bijvoorbeeld in Pressos Compania Naviera e.a.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d365cf27cde1a8bb62c36140eccc6df6382a75df8781a4a49f2af17f0fc31c4f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d365cf27cde1a8bb62c36140eccc6df6382a75df8781a4a49f2af17f0fc31c4f, en de alinea staat in dat document op bytes 109372 tot 110633.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d365cf27cde1a8bb62c36140eccc6df6382a75df8781a4a49f2af17f0fc31c4f | shasum -a 256