Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 december 2023
Onder 6.42 Parket bij de Hoge Raad 22 december 2023
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 december 2023, ECLI:NL:PHR:2023:1221.
Art. 13 EVRM waarborgt een accessoir recht in die zin dat de vereiste effective remedy betrekking moet hebben op een ander, ‘materieel’, EVRM-recht. Het gaat echter ook om een autonoom recht in die zin dat het artikel kan ook geschonden zijn zonder dat een schending van het desbetreffende andere materiële EVRM-recht is vastgesteld. Lange tijd is art. 13 EVRM een wat ondergeschoven bepaling geweest omdat het onderzoek door het EHRM vooral gericht was op de vraag of het desbetreffende materiële EVRM-recht geschonden was. Een belangrijk keerpunt in de jurisprudentie is de zaak Kudla geweest. In die zaak over schending van de redelijke termijn stelde de grote kamer van het EHRM zijn jurisprudentie bij. Opmerkingswaardig is verder dat het EHRM in zijn overwegingen over de toepassing van art. 13 EVRM een verband legt met art. 1 en art. 35 EVRM:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d365cf27cde1a8bb62c36140eccc6df6382a75df8781a4a49f2af17f0fc31c4f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d365cf27cde1a8bb62c36140eccc6df6382a75df8781a4a49f2af17f0fc31c4f, en de alinea staat in dat document op bytes 147608 tot 148803.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d365cf27cde1a8bb62c36140eccc6df6382a75df8781a4a49f2af17f0fc31c4f | shasum -a 256