Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2023

Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2023

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2023, ECLI:NL:PHR:2023:13.

6. Allereerst wordt geklaagd over het verzuim om de bewijsmiddelen uit te werken. Voor de bespreking hiervan is het volgende van belang. De politierechter heeft op de voet van artikel 378 lid 2 Sv het mondelinge vonnis van 18 december 2020 aangetekend in het proces-verbaal van de terechtzitting van gelijke datum. In die aantekening heeft de politierechter naast een bewijsoverweging de inhoud van welgeteld acht bewijsmiddelen opgenomen (pagina’s 5 tot en met 26), alsook de bewezenverklaring. In overeenstemming met artikel 1 sub b van de Regeling aantekening mondeling vonnis, waarnaar artikel 378 lid 2 Sv verwijst, bevat de aantekening van het mondelinge vonnis dus “ alle gebezigde bewijsmiddelen en andere gronden voor de bewezenverklaring ”. De politierechter heeft dus niet voor de inhoud van de bewijsmiddelen verwezen naar het proces-verbaal van de terechtzitting en andere processtukken, zoals het volgens diezelfde bepaling (in de tussen haakjes geplaatste tekst daarvan) wél had mogen doen. Die bepaling luidt namelijk voor zover relevant:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f9fed963447bf182cbd1af81dbf811f98d8acf23c8146c1dc30e58da9bca5830. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f9fed963447bf182cbd1af81dbf811f98d8acf23c8146c1dc30e58da9bca5830, en de alinea staat in dat document op bytes 7914 tot 9121.