Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2023

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2023

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2023, ECLI:NL:PHR:2023:13.

13. De steller van middel ziet evenwel over het hoofd dat de regeling van artikel 359 Sv – vanwege het voorschrift van artikel 367 Sv – uitsluitend van overeenkomstige toepassing is voor zover (in dit geval) artikel 378 lid 2 Sv niet anders bepaalt. De op grond van artikel 378 lid 2 Sv toepasselijke Regeling aantekening mondeling vonnis schrijft in artikel 1 aanhef en onder a voor dat de aantekening van het mondelinge vonnis de “ inhoud van de telastlegging (verwezen kan worden naar de dagvaarding (…)) ” bevat. Bovendien stipuleert de Regeling aantekening mondeling vonnis, die een ‘uitputtende’ regeling bevat voor de inhoud van de aantekening van het mondelinge vonnis, niet dat de vordering van de officier van justitie in de aantekening van het mondelinge vonnis wordt opgenomen. De steller van het middel beroept zich dus op een niet-toepasselijke wetsbepaling. Omtrent de toepassing van de juiste, ruimere bepaling wordt niet geklaagd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f9fed963447bf182cbd1af81dbf811f98d8acf23c8146c1dc30e58da9bca5830. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f9fed963447bf182cbd1af81dbf811f98d8acf23c8146c1dc30e58da9bca5830, en de alinea staat in dat document op bytes 13985 tot 15056.