Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2023
Alinea 66 Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2023
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2023, ECLI:NL:PHR:2023:13.
40. Ik teken hierbij in algemene zin aan dat het begin en het einde van een belaging vanwege de aard van het delict niet altijd exact is vast te stellen, maar dat zulks niet hoeft af te doen aan de strafbaarheid van hetgeen in een globaal omschreven periode is voorgevallen. Dit in aanmerking genomen meen ik dat het bewijs van de belaging “ in ” (er staat ook niet: gedurende) de bewezen verklaarde periode in voldoende mate uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid. Daaraan doet niet af dat het hof uitdrukkelijk heeft overwogen (arrest, p. 3) dat “ de belaging (…) immers blijkens de bewijsmiddelen [is] aangevangen in februari 2019 en de tenlastegelegde handelingen (…) in afwisselende mate [hebben] plaatsgevonden in de volledige tenlastegelegde periode. ”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f9fed963447bf182cbd1af81dbf811f98d8acf23c8146c1dc30e58da9bca5830. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f9fed963447bf182cbd1af81dbf811f98d8acf23c8146c1dc30e58da9bca5830, en de alinea staat in dat document op bytes 31521 tot 32438.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f9fed963447bf182cbd1af81dbf811f98d8acf23c8146c1dc30e58da9bca5830 | shasum -a 256