Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2023

Onder 3.20 Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2023

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2023, ECLI:NL:PHR:2023:167.

Het voorgaande volgt m.i. helder en duidelijk uit de wettelijke regeling van de verdeling. Dat de geëxecuteerde moet instemmen met een verdeling die afwijkt van die welke uit art. 3:277 lid 1 BW volgt, zoals het hof in de tweede volzin van rov. 5.13 overweegt (en in rov. 5.14 en 5.20 nog herhaalt), staat, anders dan het hof daar overweegt, niet in de tekst van art. 480 lid 2, tweede volzin, Rv te lezen (en evenmin in die van art. 551 lid 3 Rv). In deze bepaling(en) staat niet meer dan dat, indien er overeenstemming over de verdeling is bereikt, de deurwaarder c.q. de notaris de netto-opbrengst dienovereenkomstig uitkeert. Uit de overige, hiervoor al genoemde wettelijke bepalingen over de verdeling van de executieopbrengst volgt dat het enige wat de geëxecuteerde tegen een verdeling kan ondernemen, het doen van tegenspraak is, wat dus neerkomt op het betwisten van vorderingen of de rang daarvan. Dat is iets anders dan eisen dat bepaalde vorderingen bij de verdeling ook of voor een hoger bedrag meedoen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/23561b8a3cb84c2742065fd04683a62236a09fae8433f92071d33da3c9d6836d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 23561b8a3cb84c2742065fd04683a62236a09fae8433f92071d33da3c9d6836d, en de alinea staat in dat document op bytes 49687 tot 50753.