Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2023
Onder 3.12 Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2023
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2023, ECLI:NL:PHR:2023:167.
Middel 2 keert zich als gezegd tegen het oordeel van het hof in rov. 5.13 dat de geëxecuteerde bij een verdeling van een executieopbrengst ex art. 480 lid 2 Rv moet instemmen met een andere verdeling van de executieopbrengst dan die van de wettelijke rangorde die in art. 3:277 lid 1 BW is bepaald, welk rangorde inhoudt dat de schuldeisers onderling een gelijk recht hebben, behoudens het geval dat de wet hun vordering voorrang geeft – welk geval zich hier niet voordoet –, en dus een verdeling naar evenredigheid van ieders vordering moet plaatsvinden. Volgens het middel is dit oordeel onjuist omdat de geëxecuteerde slechts bij de verdeling van de executieopbrengst dient te worden betrokken opdat hij de mogelijkheid heeft om te voorkomen dat schuldeisers méér ontvangen dan waarop zij jegens hem recht hebben.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/23561b8a3cb84c2742065fd04683a62236a09fae8433f92071d33da3c9d6836d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 23561b8a3cb84c2742065fd04683a62236a09fae8433f92071d33da3c9d6836d, en de alinea staat in dat document op bytes 40778 tot 41615.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/23561b8a3cb84c2742065fd04683a62236a09fae8433f92071d33da3c9d6836d | shasum -a 256