Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2023

Onder 2.14 Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2023

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2023, ECLI:NL:PHR:2023:180.

De stellingen die de man in eerste aanleg heeft aangevoerd, heeft hij in hoger beroep niet prijsgegeven. Zijn stellingen zien onmiskenbaar op één van de aspecten die blijkens het arrest van de Hoge Raad van 17 februari 2017 – en ook volgens het hof zelf – relevant is voor de vraag of de geldsom die de man krachtens Spaans erfrecht heeft verkregen in de door Nederlands recht beheerste huwelijksgemeenschap van partijen valt, namelijk de bedoeling van de erflater. Indien de stellingen van de man op dit punt juist zouden zijn, zou dat tot het oordeel kunnen leiden dat redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de erflater niet heeft gewenst dat het te erven bedrag zou komen te vallen in een gemeenschap van goederen waarin de man is gehuwd , en zou dat tot een andere uitkomst van de toetsing aan de redelijkheid en billijkheid kunnen leiden. Nadat het hof de grief van de vrouw gegrond had bevonden, had het hof bij de boordeling van het geschil dus niet zonder motivering voorbij mogen gaan aan de in het onderdeel vermelde essentiële stellingen van de man. De klacht slaagt daarom.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd835f49310a005200b31bc8185a39285c3ec6d9212664d5bd2cfe3a109e7841. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd835f49310a005200b31bc8185a39285c3ec6d9212664d5bd2cfe3a109e7841, en de alinea staat in dat document op bytes 26273 tot 27445.