Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2023
Onder 3.6 Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2023
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2023, ECLI:NL:PHR:2023:301.
Ook voor de korte verjaringstermijn van art. 3:311 lid 1 BW geldt daarom dat de maatstaf ‘bekend is geworden’ in subjectieve zin moet worden opgevat. Vereist is dus dat de schuldeiser met de tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst daadwerkelijk bekend was, wat een voldoende mate van inzicht bij de schuldeiser impliceert. Zulke bekendheid zal uit feitelijke omstandigheden mogen worden afgeleid. Het enkele vermoeden van een tekortkoming volstaat niet. De korte verjaringstermijn van art. 3:311 lid 1 BW begint pas te lopen op de dag na die waarop de schuldeiser daadwerkelijk in staat is een rechtsvordering tot ontbinding in te stellen. Daarvan zal sprake zijn als de schuldeiser voldoende zekerheid – die niet een absolute zekerheid behoeft te zijn – heeft verkregen dat sprake is van tekortschietend handelen van haar wederpartij.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2d3bd7da90a0cdebf17d12d834a2ab809fdf62c0619c1b3cbf7b081b09418ee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2d3bd7da90a0cdebf17d12d834a2ab809fdf62c0619c1b3cbf7b081b09418ee, en de alinea staat in dat document op bytes 36562 tot 37618.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a2d3bd7da90a0cdebf17d12d834a2ab809fdf62c0619c1b3cbf7b081b09418ee | shasum -a 256