Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2023

Onder 5.11 Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2023

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2023, ECLI:NL:PHR:2023:341.

De Staatssecretaris verwijst voor zijn opvatting naar de wijze van formulering van de driejaarsperiode in art. 2.4(1) Wtl. Die formulering luidt als volgt: “een aaneengesloten periode van drie jaar vanaf de aanvang van de eerste dienstbetrekking tussen de werkgever en de werknemer”. Dat hier staat “de eerste dienstbetrekking tussen de werkgever en de werknemer” is op zichzelf beschouwd inderdaad een argument voor de uitleg die de Staatssecretaris bepleit. Ik merk hierbij echter ten eerste op dat dit weer een taalkundig argument is, terwijl – naar ik meen, als gezegd (5.8) – enig terughoudendheid op haar plaats is met zo’n argument in het geval van een atypisch geval als dit. Ten tweede, het gaat hier om een zinsnede in de context van een ander aspect van de loonkostenvoordeelregeling (namelijk de periode waarin recht bestaat op loonkostenvoordeel), welk aspect bovendien – inhoudelijk gezien – los staat van het uitkeringsvereiste.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7f16b725adb92f9c90c8e55647735541cbe2df3d5b348c4d5a628b57fda4dc2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7f16b725adb92f9c90c8e55647735541cbe2df3d5b348c4d5a628b57fda4dc2, en de alinea staat in dat document op bytes 101808 tot 102783.