Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2023

Onder 3.11 Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2023

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2023, ECLI:NL:PHR:2023:344.

Het hof heeft geoordeeld dat het horen van de getuige op zichzelf bezien niet noodzakelijk is, maar heeft op 12 maart 2020 het getuigenverzoek toch toegewezen “omdat het hof deze verzoeken ook heeft toegewezen in de zaken tegen de verschillende medeverdachten”. Het hof heeft daarbij aan het horen van de getuige de voorwaarde verbonden dat het verhoor “binnen een aanvaardbare termijn” zou plaatsvinden. Uit de stukken kan worden afgeleid dat aan die voorwaarde kennelijk niet is voldaan, nu op de terechtzitting van 27 september 2021, zijnde dat de terechtzitting waarop de laatste, inhoudelijke behandeling van de zaak plaatsvond – en dus ruim anderhalf jaar na de zitting waarop het verzoek is toegewezen – een proces-verbaal over de onvindbaarheid van de getuige is overgelegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebdff2c72fb3a22c0163b286e0df908c7c40378bee62e1252b386a578ea11db8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebdff2c72fb3a22c0163b286e0df908c7c40378bee62e1252b386a578ea11db8, en de alinea staat in dat document op bytes 18884 tot 19691.