Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2023
Onder 4.9 Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2023
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2023, ECLI:NL:PHR:2023:344.
Een preabele vraag die ik zou willen opwerpen is waartoe het middel kan leiden, met andere woorden, welke nu de processuele beslissing is waarop de steller van het middel doelt. Voor zover dat bewijsuitsluiting van alle Ennetcom-data zou zijn – de aanloop van de toelichting op deze deelklacht suggereert dat – lijkt mij dat een verweer als hier gevoerd daartoe in beginsel niet kan leiden. Mocht vastgesteld worden dat de verdediging in strijd met het equality-of-armsbeginsel of het daaraan verwante recht van de verdachte om over voldoende tijd en faciliteiten te beschikken om de verdediging voor te bereiden (art. 6 lid 3 sub b EVRM) op dit punt tekort is gekomen, dan zou de rechter immers alsnog die tijd en gelegenheid moeten bieden. In essentie was dus naar ik meen de vraag aan de orde of aan een nader verzoek tot kennisneming van gegevens tegemoet gekomen zou moeten worden. Ik zal de subklachten in het navolgende dan ook in dat licht bezien.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebdff2c72fb3a22c0163b286e0df908c7c40378bee62e1252b386a578ea11db8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebdff2c72fb3a22c0163b286e0df908c7c40378bee62e1252b386a578ea11db8, en de alinea staat in dat document op bytes 39895 tot 40867.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ebdff2c72fb3a22c0163b286e0df908c7c40378bee62e1252b386a578ea11db8 | shasum -a 256