Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2023

Onder 3.4 Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2023

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2023, ECLI:NL:PHR:2023:352.

Als ik nu het in de schriftuur opgenomen eerste middel bezie tegen de achtergrond van de aan een cassatiemiddel te stellen eisen dan doemen bij mij ten minste ernstige twijfels op aangaande de door de raadsvrouw gekozen aanpak. Vooropgesteld wordt dat het recht op een eerlijk proces als bedoeld in art. 6 EVRM is geschonden, waarbij een aantal deelaspecten van dat recht worden opgesomd en vervolgens loopt die klacht uit op een zestal deelklachten die betrekking hebben op een aantal van elkaar te onderscheiden beslissingen en/of motiveringen van het hof. Door dit alles bij elkaar in één cassatiemiddel te vatten levert dit wat mij betreft geen duidelijke klacht op over de schending van een bepaalde rechtsregel. Ik merk daarbij op dat de procedure bij de Hoge Raad geen klachtprocedure is, waarbij gevraagd kan worden te beoordelen of het strafproces zoals zich dat bij het gerechtshof heeft voltrokken in alle opzichten aan de eisen van art. 6 EVRM is tegemoetgekomen. In cassatie moet als gezegd stellig en duidelijk tot uitdrukking worden gebracht over welke beslissing van de rechter wordt geklaagd en op dat punt schiet de schriftuur tekort. Daarbij komt dat de in de schriftuur bij dit eerste middel opgenomen toelichting – als gezegd 127 pagina’s omvattend – voornamelijk bestaat uit een weinig gestructureerde weergave van de gang van zaken op de terechtzittingen van het hof, gelardeerd met vele pagina’s beslaande kopieën van pleitnota’s van de verdediging, met de advocaat-generaal gewisselde e-mailberichten, die deels worden weergegeven door middel van informatie van de bij het hof opgetreden raadsman, en weergaven van jurisprudentie van de Hoge Raad en het EHRM. Een nader omlijnd beeld van de klachten van de raadsvrouw in cassatie is uit de toelichting op het middel nauwelijks te verkrijgen – alleen al door de omvang en wijdlopigheid van die toelichting. Dat bemoeilijkt dus ook het entameren van het door de Hoge Raad – en zijn advocaten-generaal – nogal eens gehanteerde hulpmechanisme, waarbij een niet geheel duidelijke klacht in een cassatiemiddel als het ware verbeterd gelezen kan worden aan de hand van de toelichting. Een wet van meden en perzen is het toepassen van dergelijke hulpacties echter niet – uitgangspunt is dat een cassatiemiddel op zichzelf bezien voldoende duidelijk moet zijn. En in dat licht is een toelichting van de omvang als in de schriftuur wordt gepresenteerd naar mijn mening excessief – zij schiet het doel ervan verre voorbij.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9e90cff2ff4844d815614be3d1f23d8650b219f45ba7dcd2565da6e9f572902a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9e90cff2ff4844d815614be3d1f23d8650b219f45ba7dcd2565da6e9f572902a, en de alinea staat in dat document op bytes 17640 tot 20226.