Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2023
Onder 5.26 Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2023
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2023, ECLI:NL:PHR:2023:352.
In verband met de vijfde deelklacht wordt betoogd dat het hof vergaande voorwaarden heeft gesteld aan mogelijke contra-indicaties die tot afwijking van het beginsel dat een gebruiker van een (PGP-)telefoon daar de vaste gebruiker van is kunnen leiden, door te vereisen dat deze betrekking moeten hebben op de aan de verdachte toegeschreven accounts en op de voor het tenlastegelegde relevante periode. In verband met het onderzoek-IJshamer wordt gesteld dat daar nog meer door het hof van de verdediging wordt gevergd dan aanwijzingen voor het tegendeel, omdat kennelijk alleen indien ondubbelzinnig uit de e-mailcommunicatie de verblijfplaats kan worden afgeleid of kan worden geconcludeerd wat die verblijfplaats is daar rekening mee kan worden gehouden. Volgens de steller van het middel staat dit op gespannen voet met de wijze van bewijslastverdeling in strafzaken. Bovendien gaat het hof uit van een algemeen beginsel, terwijl de aanwijzingen voor het tegendeel specifiek betrekking moeten hebben op de accounts die aan de verdachte worden toegeschreven. Ook is volgens de steller van het middel niet duidelijk wat het hof bedoelt met de periode die relevant is voor de in deze zaak tenlastegelegde feiten, nu het hof niet spreekt over ‘de tenlastegelegde periode’. Als wordt uitgegaan van de periode die de pleegdata zoals opgenomen in de bewezenverklaring omvat (begin pleegperiode Bosnië oktober 2015 t/m pleegdatum IJshamer 3 april 2016) is niet begrijpelijk dat het hof ook zelf in de nadere bewijsoverweging verwijst naar feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan buiten die periode. Wat betreft de identificatie kan worden gewezen op het gegeven dat in het account [account 2] op 24 september 2015 het telefoonnummer met de vermelding “Mir” wordt opgeslagen en op een op 28 augustus 2015 aangemaakte notitie in het account dat door de verdachte zou zijn gebruikt (welke notitie in september 2015 nog is gewijzigd). Tegen deze achtergrond maakt dit de toetsing van ’s hofs oordeel dat het geen aanwijzingen heeft gevonden voor het tegendeel en daar evenmin door de verdediging op is gewezen, in cassatie niet (voldoende) toetsbaar. Daarbij komt dat de raadsman erop heeft gewezen dat de ingebrachte communicatie in het onderzoek-Bosnië eerst aanvangt op 1 januari 2016, terwijl ook is betoogd dat juist ten aanzien van de voor de feiten relevante periodes sprake is van onvolledige Ennetcom-data.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9e90cff2ff4844d815614be3d1f23d8650b219f45ba7dcd2565da6e9f572902a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9e90cff2ff4844d815614be3d1f23d8650b219f45ba7dcd2565da6e9f572902a, en de alinea staat in dat document op bytes 280014 tot 282457.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9e90cff2ff4844d815614be3d1f23d8650b219f45ba7dcd2565da6e9f572902a | shasum -a 256