Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 april 2023
Onder 4.27 Parket bij de Hoge Raad 14 april 2023
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 april 2023, ECLI:NL:PHR:2023:424.
Subonderdeel 2.1 valt uiteen in twee klachten. Subonderdeel 2.1.1 voert aan dat het “(impliciete)” oordeel dat ten gunste van Hibma c.s. , die geen consument zijn, reflexwerking moet worden toegekend aan art. 6:236 BW (‘zwarte lijst’), blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting. Het subonderdeel stelt dat dit oordeel uitsluitend hierop berust dat Hibma c.s. met hun kaas- en zuivelbedrijf geen kennis van of ervaring met “zo’n ingewikkelde financiële materie” hadden, en dat zij daarom nu juist [eiser 1] van [de eenmanszaak] hadden ingeschakeld. Volgens de klacht miskent het hof dat het aan de hand van alle omstandigheden van het onderhavige geval had moeten beoordelen of, en zo ja in hoeverre, de positie van Hibma c.s. gelijkenis vertoont met de positie van een consument. Betoogd wordt dat reflexwerking van de voor consumenten geldende wettelijke uitwerkingen van art. 6:233, aanhef en onder a, BW in art. 6:236 BW (‘zwarte lijst’) en art. 6:237 BW (‘grijze lijst’) slechts mogelijk is indien de betreffende casus (voldoende) gelijkenis vertoont met het geval dat wordt gecontracteerd met een consument. Zonder deze gelijkenis kunnen deze uitwerkingen niet doorwerken in het betreffende niet-consumentengeval, aldus het subonderdeel. Voor reflexwerking, zo vervolgt de klacht, is geen plaats indien het gaat om een typische niet-consumentenovereenkomst, ook al is de wederpartij op zichzelf wellicht van een “op een consument gelijkend type”. Bij deze beoordeling gaat het volgens het subonderdeel derhalve niet alleen om omstandigheden die meebrengen of indiceren dat een partij op zichzelf gelijkenis vertoont met de positie van een consument, maar ook om omstandigheden die meebrengen of indiceren dat de door deze partij gesloten overeenkomst gelijkenis vertoont met overeenkomsten die consumenten gebruikelijk sluiten, bijvoorbeeld gezien de aard en inhoud ervan, alsmede gezien de daarmee gemoeide belangen. Volgens het subonderdeel heeft het hof verzuimd om in r.o. 3.14 te beoordelen of, en zo ja in hoeverre, de door partijen gesloten overeenkomst gelijkenis vertoont met overeenkomsten die consumenten gebruikelijk sluiten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/97be717ca6c2446bab201f8c4956508bc2796aa66f2c2822706fa07a2c0f627f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 97be717ca6c2446bab201f8c4956508bc2796aa66f2c2822706fa07a2c0f627f, en de alinea staat in dat document op bytes 100837 tot 103346.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/97be717ca6c2446bab201f8c4956508bc2796aa66f2c2822706fa07a2c0f627f | shasum -a 256