Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 2023

Onder 4.17 Parket bij de Hoge Raad 21 april 2023

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 2023, ECLI:NL:PHR:2023:450.

“Beide aanvangsmomenten doen echter in essentie hetzelfde: zij beogen de termijn te doen aanvangen zodra van de crediteur redelijkerwijze verwacht kan worden dat hij ageert. In het specifiek op contractuele remedies gerichte art. 6:89 BW heeft de wetgever ter markering van dat punt andere bewoordingen gekozen dan in het op het algemene recht op schadevergoeding betrekking hebbende 3:310 BW. Maar dat die aanvangsmomenten qua uitkomst gelijklopen, is welbeschouwd logisch. Het enige punt waarop zij tot dusverre verschilden, was rechtsdwaling: bij de klachtplicht kon rechtsdwaling aan aanvang van de termijn in de weg staan, bij verjaring, zo werd aangenomen, niet. Dat verschil is met het onderhavige arrest vervallen. Dat is inhoudelijk gerechtvaardigd en in termen van consistentie een vooruitgang.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf4dcd4e9c458ccc030cfc81a26594479e1d5419e9ebb4f5c7034476917310e3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf4dcd4e9c458ccc030cfc81a26594479e1d5419e9ebb4f5c7034476917310e3, en de alinea staat in dat document op bytes 63250 tot 64136.