Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 2023

Onder 4.32 Parket bij de Hoge Raad 21 april 2023

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 2023, ECLI:NL:PHR:2023:450.

Subonderdeel 2.1 stelt dat het verjaringsoordeel in r.o. 4.3 blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting. Volgens het subonderdeel is de maatstaf voor de beoordeling of de vorderingen van [eiseres] zijn verjaard, kort gezegd, of [eiseres] voldoende zekerheid had verkregen dat haar schade is veroorzaakt door tekortschietend of foutief handelen van de bank, waarbij het volgens het subonderdeel in dit geval zal moeten gaan om tekortschieten of foutief handelen van de bank in de nakoming, respectievelijk in de context, van haar zorgplicht. Omdat de bank in financiële adviesrelaties heeft te gelden als professionele en bij uitstek deskundige dienstverlener, terwijl bij de cliënt doorgaans een zodanige professionaliteit en deskundigheid ontbreken, zal de cliënt volgens het subonderdeel vaak niet op de hoogte zijn van het bestaan van de zorgplicht van de bank en behoeft hij daarvan ook niet zonder meer op de hoogte te zijn, terwijl hij, indien hij daarvan wel op de hoogte is, in beginsel ervan mag uitgaan dat de bank die zorgplicht jegens hem naleeft. Het niet-naleven van de zorgplicht is volgens het subonderdeel dan ook niet een tekortkoming van de bank die de cliënt zonder meer behoort op te merken. De cliënt kan daarom pas de voor aanvang van de korte verjaringstermijn vereiste zekerheid hebben dat de bank de zorgplicht jegens hem niet heeft nageleefd, als hij van die zorgplicht op de hoogte is en gerede aanleiding heeft te veronderstellen dat de bank daarin kan zijn tekortgeschoten, aldus het subonderdeel. Het subonderdeel stelt dat daarom in het onderhavige geval voor verjaring niet volstaat dat [eiseres] bekend zou zijn geweest met feiten en omstandigheden die grond gaven om de deugdelijkheid van de prestaties van Deutsche Bank in het kader van haar kredietrelatie met [eiseres] in twijfel te trekken, op grond waarvan het hof kennelijk van [eiseres] verlangt dat zij de bank erop had aangesproken dat haar opstelling zich niet zou hebben verdragen met de overeenkomsten tussen partijen. Daaruit volgt volgens het subonderdeel immers niet zonder meer dat [eiseres] op de hoogte was van de zorgplicht van de bank – laat staan van de (zorg)verplichtingen of te leveren prestaties die daaruit in het onderhavige geval voor de bank voortvloeiden en waarin de bank volgens [eiseres] is tekortgeschoten – en van de omstandigheid dat de bank haar (deze) zorgplicht(en) jegens haar niet had nageleefd. Althans heeft het hof onvoldoende inzicht gegeven in de gedachtegang die aan zijn verjaringsoordeel ten grondslag ligt en/of zijn verjaringsoordeel onvoldoende (begrijpelijk) gemotiveerd, aldus nog steeds het subonderdeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf4dcd4e9c458ccc030cfc81a26594479e1d5419e9ebb4f5c7034476917310e3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf4dcd4e9c458ccc030cfc81a26594479e1d5419e9ebb4f5c7034476917310e3, en de alinea staat in dat document op bytes 122055 tot 124836.