Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 2023
Onder 4.33 Parket bij de Hoge Raad 21 april 2023
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 2023, ECLI:NL:PHR:2023:450.
De vraag die in r.o. 4.3, gelet op het verjaringsverweer van Deutsche Bank dat door [eiseres] met een beroep op Belastingadvies Maltaroute wordt betwist (zie ook onder 4.30 hiervoor), voorligt, is op welk moment [eiseres] de kennis en het inzicht had die nodig zijn om de deugdelijkheid van de prestaties van Deutsche Bank ter zake van renteswap 2008 in twijfel te trekken. Het gaat er, anders gezegd, om wanneer [eiseres] voldoende zekerheid had dat sprake was van (een) tekortkoming(en) van Deutsche Bank in het kader van haar kredietrelatie met [eiseres] . De tekortkoming(en) die [eiseres] aan haar vorderingen ten grondslag legt, is (zijn) gelegen in schending van de bancaire zorgplicht ter zake van rentswap 2008, zoals het hof in r.o. 4.3 ook overweegt. [eiseres] heeft Deutsche Bank op 20 december 2016 aansprakelijk gesteld (zie r.o. 3.2, onder (xii), weergegeven onder 2.12 hiervoor). Deutsche Bank stelt echter dat [eiseres] langer dan vijf jaar voor 20 december 2016 (uiterlijk vanaf eind 2009) voldoende zekerheid had verkregen dat haar schade ter zake van renteswap 2008 was veroorzaakt door tekortschietend of foutief handelen van Deutsche Bank: “Volgens Deutsche Bank zijn [eigenaar 1] en [eigenaar 2] uiterlijk vanaf eind 2009 feitelijk bekend geworden met de kenmerken en eigenschappen van de renteswap 2008 en wisten zij toen ook dat Deutsche Bank, zoals [eiseres] betoogt, hen vooraf over die kenmerken en eigenschappen niet voldoende had voorgelicht” (zie r.o. 4.3). Dat wordt door [eiseres] betwist, door te stellen dat zij eind 2016, toen zij aldus was voorgelicht door haar advocaat en financieel adviesbureau Cadension, voldoende zekerheid had verkregen dat haar schade ter zake van renteswap 2008 was veroorzaakt door tekortschietend of foutief handelen van Deutsche Bank. Het hof heeft in r.o. 4.3 niet uitdrukkelijk het criterium vooropgesteld waaraan het bij het beoordelen van het verjaringsverweer van Deutsche Bank heeft getoetst. Uit de door het hof weergegeven stellingen van partijen en uit de overweging van het hof dat [eiseres] “ruim voor november 2011 bekend was met feiten en omstandigheden die grond gaven om de deugdelijkheid van de prestaties van Deutsche Bank in het kader van haar kredietrelatie met [eiseres] in twijfel te trekken” leid ik echter af dat het hof het juiste criterium (zie ook onder 4.24 hiervoor) voor ogen heeft gehad: dat het voor [eiseres] toen reeds ‘voldoende zeker’ was dat haar schade is veroorzaakt door tekortschietend of foutief handelen van Deutsche Bank. Het hof heeft in r.o. 4.3 ook overwogen dat de tekortkomingen die [eiseres] Deutsche Bank verwijt zijn gelegen in schending van een bancaire zorgplicht ter zake van renteswap 2008. In de terminologie van het ‘klachtrechtelijke’ arrest uit 2013 waar de Hoge Raad in Belastingadvies Maltaroute naar heeft verwezen (zie bij noot 26 onder 4.14 hiervoor) betekent dat m.i. dat [eiseres] naar het oordeel van het hof toen (ruim voor november 2011) reeds beschikte over de voor aanvang van de korte verjaringstermijn vereiste zekerheid doordat zij op de hoogte was van de desbetreffende toepasselijke zorgplicht(en) van de bank en gerede aanleiding had te veronderstelling dat de bank daarin kan zijn tekortgeschoten (zie ook onder 4.21 hiervoor). Het subonderdeel verwijst voorts naar een rechtsoverweging uit een hof-arrest, dat op dat punt met toepassing van art. 81 lid 1 RO door de Hoge Raad in stand is gelaten. In het desbetreffende hof-arrest is, voor zover van belang, overwogen over de aanvangstermijn van de korte verjaringstermijn van art. 3:310 lid 1 BW in geval van schending van een zorgplicht door een bank (het betrof een geval van overkreditering bij hypotheekverstrekking aan een consument):
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf4dcd4e9c458ccc030cfc81a26594479e1d5419e9ebb4f5c7034476917310e3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf4dcd4e9c458ccc030cfc81a26594479e1d5419e9ebb4f5c7034476917310e3, en de alinea staat in dat document op bytes 124921 tot 128840.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bf4dcd4e9c458ccc030cfc81a26594479e1d5419e9ebb4f5c7034476917310e3 | shasum -a 256