Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 2023

Onder 4.33 Parket bij de Hoge Raad 21 april 2023

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 2023, ECLI:NL:PHR:2023:450.

Nu het hof dat criterium in r.o. 4.3 niet heeft miskend, faalt de rechtsklacht van het subonderdeel. Het hof sluit m.i. in r.o. 4.3 ook niet uit dat onder omstandigheden de korte verjaringstermijn van art. 3:310 lid 1 BW pas gaat lopen op het moment dat de benadeelde, door voorlichting in die zin van haar advocaat en/of andere adviseurs, bekend is geworden met het feit dat de handelwijze van de bank als een tekortkoming en de gevolgen daarvan als schade moeten worden aangemerkt. Uit r.o. 4.3 blijkt dat het hof in het onderhavige geval onvoldoende grond ziet om het beroep van [eiseres] op Belastingadvies Maltaroute te honoreren. Het subonderdeel stelt ook de begrijpelijkheid en toereikendheid van de motivering van dat oordeel van het hof aan de orde. Het oordeel van het hof stoelt, samengevat, op de volgende omstandigheden:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf4dcd4e9c458ccc030cfc81a26594479e1d5419e9ebb4f5c7034476917310e3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf4dcd4e9c458ccc030cfc81a26594479e1d5419e9ebb4f5c7034476917310e3, en de alinea staat in dat document op bytes 132445 tot 133292.