Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 2023
Onder 4.34 Parket bij de Hoge Raad 21 april 2023
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 2023, ECLI:NL:PHR:2023:450.
Subonderdeel 2.2 stelt dat het hof zijn verjaringsoordeel in doorslaggevende, althans belangrijke mate erop baseert dat [eiseres] niet zou stellen dat het voor haar onvoldoende zeker was dat de schade werd veroorzaakt door tekortschietend of foutief handelen van Deutsche Bank ten gevolge van geruststellende mededelingen over de kwaliteit van de prestaties van de bank of het daardoor te verwachten nadeel, dan wel ten gevolge van andere, niet voor risico van [eiseres] komende oorzaken en dat Deutsche Bank niet, in reactie op klachten van [eiseres] , een verkeerd beeld van de kwaliteit van haar prestaties heeft gegeven dat [eiseres] ervan kan hebben afgehouden een schadevergoedingsvordering in te stellen. Daarmee geeft het hof volgens het subonderdeel blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Het subonderdeel stelt dat, kort gezegd, geruststellende mededelingen van de aansprakelijke persoon kunnen maken dat de verjaringstermijn (toch) nog niet aanvangt, niet wil zeggen dat het ontbreken van dergelijke mededelingen zelfstandig (mede) grond biedt voor het oordeel dat de verjaringstermijn wél al is aangevangen. Voor aanvang van de verjaringstermijn is volgens het subonderdeel vereist dat de gedupeerde voldoende zekerheid heeft dat zijn schade is veroorzaakt door tekortschietend of foutief handelen van de aansprakelijke persoon. Aan de vaststelling van die zekerheid draagt de afwezigheid van, kort gezegd, geruststellende mededelingen niet zelfstandig relevant bij, aldus het subonderdeel. Hierbij is volgens het subonderdeel in een geval als het onderhavige van belang dat de cliënt, als hij al van de zorgplicht van de bank op de hoogte is, ervan mag uitgaan dat de bank haar zorgplicht jegens hem naleeft. Het subonderdeel stelt verder dat het oordeel dat [eiseres] niet stelt dat de bank, kort gezegd, geruststellende mededelingen heeft gedaan onbegrijpelijk is. Het subonderdeel wijst erop dat [eiseres] bij pleidooi in hoger beroep heeft gesteld dat de bank de kredietcrisis als reden noemde voor de hoge rentelasten, waarbij de bank de kredietcrisis niet zou hebben zien aankomen. Deze stelling kan volgens het subonderdeel niet anders worden begrepen dan dat [eiseres] wel degelijk door de bank werd ‘gerustgesteld’, in de zin dat het door [eiseres] geleden nadeel volgens de bank een andere oorzaak had dan tekortschietend of foutief handelen van de bank.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf4dcd4e9c458ccc030cfc81a26594479e1d5419e9ebb4f5c7034476917310e3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf4dcd4e9c458ccc030cfc81a26594479e1d5419e9ebb4f5c7034476917310e3, en de alinea staat in dat document op bytes 140121 tot 142644.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bf4dcd4e9c458ccc030cfc81a26594479e1d5419e9ebb4f5c7034476917310e3 | shasum -a 256