Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 2023

Onder 4.35 Parket bij de Hoge Raad 21 april 2023

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 2023, ECLI:NL:PHR:2023:450.

Ik merk in de eerste plaats op dat deze stelling pas bij pleidooi in hoger beroep is ingenomen. Het subonderdeel noch de geciteerde passage verwijst immers naar een andere vindplaats voor deze stelling, zoals de memorie van grieven van [eiseres] of processtukken in eerste aanleg. Het hof mocht dus, gelet op de tweeconclusieregel, aan deze bij pleidooi ingenomen stelling voorbijgaan. Ik vind het bovendien niet onbegrijpelijk dat het hof deze stelling niet heeft gelezen als een gemotiveerd beroep van [eiseres] op geruststellende mededelingen die maken dat [eiseres] niet in staat zou zijn geweest vast te stellen dat Deutsche Bank een zorgplichtschending te verwijten valt. Naar het oordeel van het hof staat immers vast dat [eiseres] zich nooit eerder dan eind 2016 over het handelen van Deutsche Bank heeft beklaagd, waaruit het hof kort gezegd de conclusie trekt dat Deutsche Bank niet, in reactie op zulke klachten, geruststellende mededelingen kan hebben gedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf4dcd4e9c458ccc030cfc81a26594479e1d5419e9ebb4f5c7034476917310e3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf4dcd4e9c458ccc030cfc81a26594479e1d5419e9ebb4f5c7034476917310e3, en de alinea staat in dat document op bytes 143855 tot 144840.