Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 2023
Onder 4.37 Parket bij de Hoge Raad 21 april 2023
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 2023, ECLI:NL:PHR:2023:450.
De subonderdelen stellen verschillende door [eiseres] gestelde zorgplichtschendingen aan de orde. Het hof was in r.o. 4.3, in het kader van het verjaringsverweer van Deutsche Bank, niet gehouden inhoudelijk op de verschillende zorgplichtschendingen in te gaan. Bij het beoordelen van de verjaringskwestie kan (veronderstellenderwijs) worden aangenomen dat de bank haar zorgplicht(en) heeft geschonden. De door de subonderdelen aangevoerde betogen maken, ten eerste , niet onbegrijpelijk het oordeel van het hof dat [eiseres] niet ontkent dat zij op 20 december 2016 al meer dan vijf jaar bekend was met haar schade, die zou bestaan uit hogere opslagen en negatieve marktwaarde van de renteswap ten gevolge van een dalende rente. De subonderdelen voeren hiertoe aan dat de schade van [eiseres] niet alleen uit deze posten zou bestaan, maar ook uit een renteverschil tussen de daadwerkelijk betaalde rente en de rente die [eiseres] zonder renteswap zou hebben betaald. Ik merkte reeds op (zie onder 4.33 hiervoor) dat uit deze rechtsoverweging m.i. niet meer kan worden afgeleid dan dat [eiseres] erkent dat zij vermogensnadeel heeft geleden. Ik wijs verder erop dat voor het gaan lopen van de verjaringstermijn niet is vereist dat de benadeelde bekend is met alle componenten of de gehele omvang van zijn schade als gevolg van tekortschietend of foutief handelen. Het hof kon m.i. dan ook volstaan met het noemen van twee mogelijke schadeposten. De door de subonderdelen aangevoerde betogen maken, ten tweede , niet onbegrijpelijk het oordeel van het hof dat het standpunt van [eiseres] zou behelzen dat de verjaringstermijn pas is gaan lopen toen zij bekend werd met de juridische beoordeling van de feiten die betrekking hebben op de schade en de daarvoor aansprakelijke persoon. Het is, gelet op de verwijzing van het hof in r.o. 4.3 naar Belastingadvies Maltaroute, duidelijk dat met de juridische beoordeling van de feiten wordt verwezen naar dat arrest. Het hof licht deze stelling van [eiseres] als volgt toe: “dat zij pas eind 2016 bekend is geworden met het feit dat het gedrag van Deutsche Bank als een tekortkoming en de gevolgen daarvan als schade moeten worden aangemerkt, doordat haar advocaten en Cadension haar toen in die zin hadden voorgelicht.” Het hof heeft dus (terecht) voor ogen gehad dat [eiseres] bedoelde te stellen dat eind 2016 voor haar ‘voldoende zeker’ was dat het gedrag van Deutsche Bank als een tekortkoming en haar als gevolg daarvan geleden vermogensnadeel als schade moet worden aangemerkt. Dat in het kader van (de voorbereiding van) deze procedure later nog meer feiten aan [eiseres] bekend zijn geworden over, kort gezegd, excessieve marges en/of de rentevisie van Deutsche Bank, doet daaraan niet af. De derde motiveringsklacht treft m.i. wel doel. Bij de bespreking van subonderdeel 2.1 (zie onder 4.33 hiervoor) merkte ik al op dat hof niet voldoende duidelijk maakt welke voor november 2011 bij [eiseres] bekende feiten omstandigheden grond gaven om de deugdelijkheid van de prestaties van Deutsche Bank in het kader van haar kredietrelatie met [eiseres] in twijfel te trekken. De subonderdelen 2.3, 2.4 en 2.5 stellen terecht dat het hof slechts tot een niet concreet gemaakte opsomming komt: Deutsche Bank kwam gemaakte afspraken en toezeggingen niet na, de renteswap 2008 ontwikkelde een negatieve waarde en de bank bracht meer rente of hogere opslagen in rekening. Deze rechtsoverweging is te meer onvoldoende begrijpelijk gemotiveerd in het licht van de betogen van subonderdelen 2.3, 2.4 en 2.5, over, kort gezegd, excessieve marges, rentevisie en mismatch. Uit deze betogen blijkt geenszins dat in november 2011 bij [eiseres] bekend zou zijn geweest dat Deutsche Bank bepaalde afspraken en toezeggingen niet nakwam.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf4dcd4e9c458ccc030cfc81a26594479e1d5419e9ebb4f5c7034476917310e3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf4dcd4e9c458ccc030cfc81a26594479e1d5419e9ebb4f5c7034476917310e3, en de alinea staat in dat document op bytes 147216 tot 151210.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bf4dcd4e9c458ccc030cfc81a26594479e1d5419e9ebb4f5c7034476917310e3 | shasum -a 256