Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 2023

Onder 4.4 Parket bij de Hoge Raad 21 april 2023

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 2023, ECLI:NL:PHR:2023:450.

Subonderdeel 1.2 stelt dat de opmerking van de advocaat van [eiseres] , dat [eigenaar 1] en [eigenaar 2] konden verklaren dat zij een last ter incasso aan [eiseres] hebben verstrekt, bovendien niet anders kan worden begrepen dan dat [eiseres] ter zake bewijs aanbood in de vorm van verklaringen van [eigenaar 1] en [eigenaar 2] . Hierbij is volgens het subonderdeel van belang dat het hof de opmerking van hun advocaat dat [eigenaar 1] en [eigenaar 2] “vandaag” aldus konden verklaren in redelijkheid niet zo kon begrijpen dat [eigenaar 1] en [eigenaar 2] niet eveneens bereid waren om, zo nodig, op een latere zitting als getuigen te worden gehoord. Voor zover het hof heeft gemeend dat een bewijsaanbod niet mondeling ter zitting kan worden gedaan, heeft het blijk gegeven van een verkeerde rechtsopvatting, aangezien bewijs ook aldus rechtsgeldig kan worden aangeboden, aldus het subonderdeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf4dcd4e9c458ccc030cfc81a26594479e1d5419e9ebb4f5c7034476917310e3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf4dcd4e9c458ccc030cfc81a26594479e1d5419e9ebb4f5c7034476917310e3, en de alinea staat in dat document op bytes 32589 tot 33563.