Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 2023

Onder 4.7 Parket bij de Hoge Raad 21 april 2023

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 2023, ECLI:NL:PHR:2023:450.

“[E]en lasthebber die in rechte optreedt ten behoeve van een ander (de lastgever), [is] niet gehouden in de dagvaarding of anderszins te vermelden dat hij ter behartiging van de belangen van een ander optreedt; eerst indien het verweer van de wederpartij daartoe aanleiding geeft, zal de lasthebber moeten stellen en zonodig bewijzen dat hij uit hoofde van lastgeving bevoegd is op eigen naam ten behoeve van de rechthebbende op te treden (HR 26 november 2004, nr. C03/202, LJN AP9665, NJ 2005, 41). Aangezien Nationale-Nederlanden pas in haar memorie van antwoord na verwijzing voor het eerst het verweer voerde dat Allianz de schade al uit hoofde van de AVB-verzekering had vergoed en in de rechten van […] was getreden, zodat […] zelf geen rechthebbende meer was, behoefde […] niet eerder dan bij de eerstvolgende gelegenheid (haar akte na tussenarrest) te stellen dat zij door Allianz gemachtigd was de vordering jegens Nationale-Nederlanden op eigen naam doch ten behoeve van Allianz geldend te maken.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf4dcd4e9c458ccc030cfc81a26594479e1d5419e9ebb4f5c7034476917310e3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf4dcd4e9c458ccc030cfc81a26594479e1d5419e9ebb4f5c7034476917310e3, en de alinea staat in dat document op bytes 40525 tot 41619.