Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 2023
Onder 4.8 Parket bij de Hoge Raad 21 april 2023
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 2023, ECLI:NL:PHR:2023:450.
Ik keer terug naar het onderdeel. Er kan m.i. redelijkerwijs geen twijfel over bestaan dat in deze zaak met ‘cessie ter incasso’ een last tot inning in eigen naam oftewel een ‘procedeeropdracht’ (zie onder 4.5 hiervoor) van [eigenaar 1] en [eigenaar 2] aan [eiseres] is bedoeld. Dat blijkt reeds uit de bewoordingen in de memorie van grieven van [eiseres] , onder 5.5, waarin de cessie ter incasso wordt onderscheiden van een daadwerkelijke overdracht van de vordering. Dat blijkt verder uit de verwijzing door [eiseres] naar het arrest X/Euretco , waarin ‘cessie ter incasso’ eveneens in die betekenis (dus een last tot inning in eigen naam) aan de orde was. Ik begrijp r.o. 4.1 ook aldus dat het hof de cessie ter incasso in die betekenis (dus een last tot inning in eigen naam) heeft opgevat. Dat blijkt in de eerste plaats uit de gekozen bewoordingen in r.o. 4.1, eerste en tweede zin (zie onder 3.10 hiervoor). In de eerste zin wordt onder meer opgemerkt dat van een overdracht van een schadevergoedingsvordering betrekkelijk de renteswaps niet is gebleken. Daarna merkt het hof op dat Deutsche Bank “tegelijkertijd de door [eiseres] gestelde cessie ter incasso betwist”. Die toevoeging zou zinledig zijn als met de cessie ter incasso een daadwerkelijke cessie zou zijn bedoeld. Een andere aanwijzing dat het hof het oog heeft gehad op cessie ter incasso in de betekenis van een last tot inning in eigen naam is de verwijzing naar het arrest van 26 februari 2010, waaruit ik onder 4.7 hiervoor citeerde. In dat arrest wordt de cessie ter incasso immers eveneens in die betekenis gebruikt. Een verschil met de zaak die heeft geleid tot het arrest van 26 februari 2010 is dat [eiseres] in deze zaak al in haar eerste processtuk in hoger beroep (in haar memorie van grieven, onder 5.5 en 6.4, geciteerd onder 4.6 hiervoor) heeft gesteld dat sprake is van een cessie ter incasso. Dat is vervolgens bloot betwist door Deutsche Bank in haar memorie van antwoord, onder 134 (zie de onderstreepte passage onder 4.6 hiervoor). Tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep heeft [eiseres] er vervolgens op gewezen dat sprake is van een niet-gemotiveerde betwisting, dat voldoende aannemelijk is dat [eigenaar 1] en [eigenaar 2] “die last” aan [eiseres] hebben verstrekt en dat [eigenaar 1] [eigenaar 2] (die aanwezig waren tijdens de zitting) dat “desgevraagd ook vandaag kunnen verklaren” (zie ook onder 4.6 hiervoor).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf4dcd4e9c458ccc030cfc81a26594479e1d5419e9ebb4f5c7034476917310e3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf4dcd4e9c458ccc030cfc81a26594479e1d5419e9ebb4f5c7034476917310e3, en de alinea staat in dat document op bytes 42191 tot 44835.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bf4dcd4e9c458ccc030cfc81a26594479e1d5419e9ebb4f5c7034476917310e3 | shasum -a 256