Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 2023

Onder 4.16 Parket bij de Hoge Raad 21 april 2023

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 2023, ECLI:NL:PHR:2023:451.

Met deze lezing is niet gezegd dat de verjaring telkens pas gaat lopen als daadwerkelijk een juridische beoordeling door bijvoorbeeld een eigen advocaat heeft plaatsgevonden. In heel veel gevallen hoeft men niet juridisch onderlegd te zijn om te onderkennen dat een prestatie ondeugdelijk is of kan zijn dan wel of sprake is van een andersoortige normschending. De door Uw Raad gegeven regel roept, als de hiervoor geschetste bredere interpretatie ervan juist is, wel nieuwe vragen op ten aanzien van de invulling van de bekendheidseis, met name ten aanzien van de vraag in hoeverre subjectieve rechtskennis beslissend is, dan wel of daarbij toch enige objectivering mag worden toegepast. Het criterium ‘voldoende zekerheid’ biedt m.i. voor dat laatste wel ruimte. De Haan en Van Emden merken in dat verband treffend op:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6c228d4e40a6d97871774c3403f4a69fcb740f2f4ceb11b91900844db0280dc0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6c228d4e40a6d97871774c3403f4a69fcb740f2f4ceb11b91900844db0280dc0, en de alinea staat in dat document op bytes 69327 tot 70228.