Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 2023
Onder 4.30 Parket bij de Hoge Raad 21 april 2023
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 2023, ECLI:NL:PHR:2023:451.
Het hof overweegt direct voorafgaand aan de bestreden passage dat de grieven twee tot en met vijf steeds zijn gemotiveerd met de stelling dat [eiseressen] pas bekend zijn geworden met het feit dat het handelen van Deutsche Bank aansprakelijkheidvestigend was en dat de gevolgen daarvan als schade moeten worden aangemerkt, toen zij hun advocaat raadpleegden, die de verjaring in november 2016 voor hen heeft gestuit. Deze overweging wordt niet afzonderlijk bestreden. Volgens het subonderdeel hebben [eiseressen] niet alleen gesteld dat de verjaringstermijn pas is gaan lopen toen zij in november 2016 bekend werden met de juridische beoordeling van de feiten die betrekking hebben op de schade en de daarvoor aansprakelijke persoon, maar hebben zij voorts aangevoerd dat zij tot het raadplegen van een advocaat in november 2016 onvoldoende zekerheid hadden over of zij een vordering tot schadevergoeding hadden op Deutsche Bank en tot welke hoogte. Laatstgenoemde stelling, en de onderbouwing die daaraan volgens het subonderdeel ten grondslag ligt, valt m.i. binnen het bereik van de hiervoor weergegeven overweging. Het door het hof gebruikte woord “aansprakelijkheidvestigend” vormt daarvoor een aanwijzing. De klacht dat het bestreden oordeel berust op een onbegrijpelijke, want te beperkte uitleg van het standpunt van [eiseressen] , faalt. In het oordeel ligt immers het standpunt van [eiseressen] , zoals weergegeven door het subonderdeel, besloten. Voor zover het subonderdeel blijkens het slot betoogt dat het hof heeft geoordeeld dat [eiseressen] hun standpunt hebben beperkt tot Belastingadvies Maltaroute en de in dat arrest genoemde situatie dat de aangesprokene geruststellende mededelingen tegenover de benadeelde heeft gedaan en de verjaringstermijn om die reden niet is gaan lopen, mist dit betoog feitelijke grondslag. Dat het hof zich ervan bewust is geweest dat [eiseressen] hun standpunt niet uitsluitend hebben gegrond op Belastingadvies Maltaroute kan worden afgeleid uit de tussen haakjes geplaatste overweging “(in het bijzonder)”. Dat het hof zich ook heeft gerealiseerd dat [eiseressen] hun standpunt niet hebben beperkt tot de situatie dat de aangesprokene geruststellende mededelingen tegenover de benadeelde heeft gedaan volgt voorts uit de passages in r.o. 4.2 die volgen op het door het subonderdeel bestreden oordeel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6c228d4e40a6d97871774c3403f4a69fcb740f2f4ceb11b91900844db0280dc0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6c228d4e40a6d97871774c3403f4a69fcb740f2f4ceb11b91900844db0280dc0, en de alinea staat in dat document op bytes 126059 tot 128466.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6c228d4e40a6d97871774c3403f4a69fcb740f2f4ceb11b91900844db0280dc0 | shasum -a 256