Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 2023

Onder 4.32 Parket bij de Hoge Raad 21 april 2023

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 2023, ECLI:NL:PHR:2023:451.

Het subonderdeel mist feitelijke grondslag voor zover het betoogt dat het hof in r.o. 4.2 tot uitgangspunt zou hebben genomen dat het aanvangen van de verjaringstermijn “slechts” afhankelijk is van de vraag of Deutsche Bank geruststellende mededelingen heeft gedaan over de kwaliteit van haar prestaties of het daardoor te verwachten nadeel. Niettemin heeft het hof naar mijn mening bij de honorering van het verjaringsverweer van Deutsche Bank en daarmee bij de verwerping van het beroep van [eiseressen] op het arrest Belastingadvies Maltaroute wel te veel gewicht gehecht aan het ontbreken van geruststellende mededelingen van de zijde van Deutsche Bank. Of geruststellende mededelingen zijn gedaan, is op zichzelf een omstandigheid die bij het beoordelen van een beroep op Belastingadvies Maltaroute een rol kan spelen (zie onder 4.4 hiervoor). Aan het ontbreken van dergelijke mededelingen van de zijde van de bank dient m.i. echter niet te zwaar te worden getild. Wanneer de cliënt nog onvoldoende aanleiding heeft om schade als gevolg van tekortschietend of foutief handelen van de bank aan te nemen, hoeft er voor de bank immers ook geen aanleiding te bestaan om (in reactie op klachten van de klant) geruststellende mededelingen te doen. Zie in dat verband ook de bespreking hierna van de subonderdelen 1.6 en 1.7.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6c228d4e40a6d97871774c3403f4a69fcb740f2f4ceb11b91900844db0280dc0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6c228d4e40a6d97871774c3403f4a69fcb740f2f4ceb11b91900844db0280dc0, en de alinea staat in dat document op bytes 130978 tot 132384.